Foto door Rianne van Heck fotografie

KOPP-kind ben je voor altijd, zelfs wanneer je allang voorbij de volwassen leeftijd bent en zelfs wanneer je ouders deze wereld reeds hebben verlaten. KOPP staat voor kinderen van een ouder met psychische problemen. Daarvan zijn er heel wat in Nederland, 577.000 volgens de gegevens van het Trimbos instituut. Denk hierbij onder andere aan, stemmingsstoornissen, angststoornissen, ADHD, depressie, psychoses en Borderline. Maar ook alcoholisme kan hand- in hand gaan met psychische problemen.

De eerste jaren van een kind zijn belangrijk

Bij kinderen die opgroeien met een ouder of met ouders die psychische problemen hebben, is de kans groot dat zij opgroeien in een onstabiele en/ of onveilige omgeving. De eerste jaren van een kind, vormt de basis voor de rest van zijn leven. Als die basis uit onveiligheid bestaat, dan kun je op je vingers natellen dat dit later zijn sporen na zal laten en dat er werk aan de winkel zal zijn. Dit kan zich op allerlei verschillende manieren manifesteren. Bij de een gecompliceerder dan bij de ander. Je moet het voor je zien als een huis waarvan de fundering niet juist aan is gelegd. Vroeg of laat zullen zich mankementen gaan openbaren en die zullen gerepareerd, danwel onderhouden moeten worden, anders valt het huis uiteen.

Ik ben ook een KOPP-kind

Ook ik mag mij een KOPP-kind noemen, inmiddels KOPP-volwassene. Ik groeide op met een moeder die psychisch erg kwetsbaar was. Ze had meerdere psychoses en was daarnaast ook op en af depressief. Geen fijne en makkelijke combinaties. Eigenlijk gewoon niet met elkaar te rijmen. Het een hield het ander in stand en er ontstond een niet te doorbreken cirkeltje waar ze niet meer uit kon komen. Toen ik zesentwintig jaar was, maakte ze een einde aan haar leven. Ik had mijn jeugd nog niet fatsoenlijk kunnen verwerken of ik kreeg het volgende trauma al weer op mijn bordje. Dit is mijn verleden in een notendop.

Een plekje geven?

Inmiddels heb ik mijn leven goed op de rit en kan ik leven met alles wat er in het verleden is gebeurd. Men heeft het vaak over ‘een plekje geven van…’ Dit soort pijnplekken kun je geen plek geven. Althans, dat geldt voor mij. Deze pijnplekken groeien met mij mee en met dat groeien, worden de plekken minder schrijnend en minder pijnlijk, maar ze blijven gevoelig. Er zullen altijd dagen of momenten zijn dat deze plekken aangeraakt worden en dan doen ze heel even weer net zo’n pijn als op het moment dat ze actueel waren. Ik heb ermee leren leven en het is nu onderdeel van mij en mijn leven.

Als KOPP-kind kun je blijvende schade oplopen

Ik heb beschadigingen opgelopen die niet meer te repareren zijn. Bij mij zit dit hem dat vooral in een stuk hardheid die nog regelmatig in werking treedt. Zowel mijn vader als mijn moeder waren erg liefdevol naar mij, aan liefde heeft het me nooit ontbroken.

Zowel mijn vader als mijn moeder waren erg liefdevol naar mij, aan liefde heeft het me nooit ontbroken. Wanneer je opgroeit in een gezin met een psychisch zieke ouder, hoeft dat dus niet te betekenen dat je op bent gegroeid in een liefdeloos gezin. Ik weet wat liefde is! Echter was de situatie er in mijn jeugd naar, dat ik moest overleven en groot en sterk moest zijn. Er waren momenten dat ik er totaal niet toe deed en de ziekte van mijn moeder overheerste. Er ontstond een schild en een verantwoordelijkheidsgevoel die op mijn jonge leeftijd buitengewoon onnatuurlijk was, maar het hielp mij de zware tijden door en het hield mij overeind. Dat systeem zit nog steeds diepgeworteld in mij en treedt zo nu en dan nog in volle ornaat in werking. Ik doorzie dat en daardoor kan ik reëel naar de betreffende situatie kijken en hier op inspelen en erop reageren. Deze reactie is dus niet mijn primaire reactie, ik moet iedere keer heel bewust om blijven gaan met dergelijke situaties en de gevoelens die daarbij komen kijken..

Ik kan dat gevoel niet uitzetten

Voorbeelden waarbij ik word geconfronteerd met mijn overlevingsstrategie zijn vooral momenten waarop ik me aangetast voel in mijn eigen ruimte en tijd. Dat is breed en kom ik op heel veel vlakken tegen. Soms al in ogenschijnlijke kleine dingen. Het voelt dan alsof ik er niet toe doe en ik word dan getriggerd om mezelf weg te cijferen. Dat is een heel sterk gevoel die ik niet zomaar uit kan zetten. Al zegt mijn verstand heel wat anders en weet ik echt wel hoe de vork daadwerkelijk in de steel zit…dat verrekte gevoel kan ik eenvoudigweg niet uitzetten.
Denk aan werkgerelateerde verplichtingen buiten werktijd om (vergaderingen/ ouderavonden/ etentjes), een uitnodiging voor een verjaardag of andere sociale gelegenheid, afspreken met vriendinnen, familiebezoekjes of gewoon een vraag/ verzoek/ verwachting. Hele gewone dagelijkse sociale omgangsvormen triggeren al heel gauw het gevoel iets te moeten wat ten kostte gaat van mezelf. Ik ben mijn plek aan het verdedigen terwijl dit verre van nodig is. Het is moeilijk voor mij om me over te geven aan een moment.

Moederschap vs KOPP-kind

De allergrootste uitdaging hierin, is wel het moederschap! Want daarin worden deze aspecten iedere dag talloze keren aangeraakt en aangewakkerd. Op alle mogelijke vlakken moet ik mijn eigen tijd en ruimte inleveren. In het begin van mijn moederschap betekende dat soms een ontroostbare baby die alles van me vraagt en meer.

Een klein, hulpeloos schepseltje die totale overgave van me vraagt. Bij mijn eigen kinderen lukte dit me nog wel, maar in mijn werk op een kinderopvang, vind ik dit vaak oprecht nog de grootste uitdaging. Mijn ratio sleept mij er dan doorheen en mijn gevoel moet dan even uit. Terwijl dit bij de meeste mensen juist omgekeerd is. Bij de meeste mensen roept een ontroostbare baby empathie op en de drang dit kleine hummeltje te troosten met ieder vezeltje die je in je hebt. Bij mij roept het meteen het gevoel op dat ik er niet meer toe doe. En daarmee enorme weerstand en onrust. Ik kan me daar niet aan over geven, het vraagt (te)veel van mij. Datzelfde gevoel als in een periode dat mijn moeder ziek was, dat wordt aangewakkerd en ik kan dat niet uitschakelen. In dergelijke periodes deed ik er acuut niet meer toe en stelde ik alles in het werk om er voor mijn moeder te zijn. Alles schoof ik opzij en niets anders deed er dan nog toe. Ik cijferde mezelf compleet weg en voelde me verantwoordelijk voor het wel en wee van mijn moeder.

Functioneren op ratio

Dat doorzie ik nu wel. Dus wanneer ik merk dat ik me opgeslokt ga voelen, dan functioneer  ik dergelijke situaties vooral op ratio. Lange tijd wist ik niet waar dat gevoel op was gebaseerd en ik kon niet anders dan hier naar reageren. Dat uitte zich in onrust, ongeduld, defensief gedrag, onmacht en botheid. Datzelfde gevoel wordt aangewakkerd wanneer er teveel van mij wordt verwacht of gevraagd of wanneer iemand zich niet lekker voelt of een zwakkere coping strategie hanteert dan ik. Het zit hem in heel veel dingen en dat is soms om gek van te worden, want iedere keer gaan die rottige radartjes draaien en zorgen ervoor dat ik paraat sta, klaar om in de vechthouding te schieten en aan te vallen!

Ik wil helemaal niet zo zijn

Dat is zo vermoeiend en zo verdrietig, want ik wil alles behalve hard zijn. Ik ben het beu en dat put me uit. Daarom ben ik ook zo dankbaar dat ik dit systeem doorzie en die radartjes begrijp. Vaak lukt het me dan om ze langzamer te laten draaien of om ze helemaal uit te schakelen en dan zegeviert mijn geduld en mijn zachte kant. Dan kan ik er zijn voor dat lieve baby’tje en zien en voelen hoe lief en kwetsbaar dat wezentje is.

Maar ik moet wel heel bewust met dit aspect omgaan. Het feit dat dit me niet natuurlijk afgaat, dat doet me soms best verdriet, dat had ik graag anders gezien. Zeker omdat ik zelf ook kinderen heb en ik met kinderen werk.

KOPP-kind en ouderschap, hoe doe je dat?

Hoe doe je dat? Een ouder zijn terwijl jij als kind eigenlijk geen kind kon zijn? Hoe ben jij dan die ouder waar je altijd zo naar hunkerde? Jarenlang was ik ervan overtuigd dat ik nooit moeder wilde worden.

Ik kon mijn kinderen immers niet garanderen dat ik hen een onbezorgde en gelukkige jeugd kon schenken. Hoe dan? Wat nou als zij in net zo’n onstabiele situatie terecht zouden komen als bij mij het geval was als kind? Dat zou ik mezelf nooit vergeven. Dus koppig besloot ik dat ik nooit kinderen wilde!

Misschien dan toch?

Een besluit waar ik jaren later schoorvoetend weer op terug kwam. Na een uiterste roerige periode waarin ik steeds meer de zachte kant van mij ontmoette en leerde hoe ik mezelf op de eerste plaats moest zetten, draaide ik langzaam bij. Toen mijn broer vader werd, maakte ik kennis met gevoelens die ik nooit eerder had gevoeld en die mij in lieten zien en voelen, dat ik wel degelijk een liefdevol wezen was en zachtheid in mijn donder had! Ik hield al van de kinderen van mijn broer, voordat ze überhaupt waren geboren. Iets wat ik als heel bijzonder en intens heb ervaren en waardoor ik zag dat ik het misschien wel degelijk in mij had om een goede en lieve mama te zijn. Dit was een hele openbaring voor me! Dat was het gevolg van het feit dat ik na jaren en jaren eindelijk in een wat rustiger vaarwater terecht kwam. Mijn sores kregen meer en meer berusting en ik begreep ook steeds meer van mezelf. Dat ging niet vanzelf, keer op keer liep ik tegen een harde muur op en keer op keer liep ik vast. Verschillende therapieën, verschillende keren pas op de plaats, mijn vader die er al-tijd voor mij was, maar ook mijn onuitputtelijke zelfreflecterende vermogen, zorgden ervoor dat ik nu ben waar ik ben.

Van KOPP-kind naar KOPP-moeder…

Ik was niet mijn moeder! Sterker nog, door mijn moeder wist ik exact hoe ik het niet wilde voor mijn kinderen. Mijn leidraad zou worden: mama blij, kinderen blij. Ik had als kind niets liever gewild dan mijn moeder gelukkig zien. Mijn kinderwens werd een feit. Ik wilde mama worden, ik durfde dit aan! Ik had alles op een rijtje en het ging goed met mij. Het enige wat mij nog in de weg stond, was de angst dat ik zelf ook aanleg had voor psychosen en/ of depressies. Immers kwam dit bij mijn moeder pas goed tot uiting na de geboorte van mijn broertje. Hoe zou ik reageren op een zwangerschap en de bijbehorende hormoonschommelingen? Ik was dan niet mijn moeder, maar ik had, en heb, wel degelijk de gevoeligheid die zij ook had. Echter ging ik totaal anders om met deze gevoeligheden dan zij dit deed, daar zat wel een wezenlijk verschil in. Na een hoop wikken en wegen, besloten mijn lief en ik dat het verlangen om ouders te worden, zwaarder wogen dan mijn angst. We gingen het samen doen. Dat gevoel van samen gaf me vertrouwen. Wij konden dit!

Het bleef spannend

Toen ik eenmaal zwanger was, bleef ik het nog wel spannend vinden. Maar ik voelde ook dat ik het kindje in mijn buik alles zou geven en er alles aan zou doen om haar onbezorgd kind te laten zijn.

Dit meisje is nu bijna 8 jaar en ze is, samen met haar twee zusjes, het liefste wat ik heb! En ja, ik kwam mijn ‘beschadigingen’ keihard tegen, maar ik durfde ze aan te gaan en ik durfde ze te erkennen. Dat was niet mals, want jeetje…het doet vreselijk pijn te ervaren dat ik niet van nature een zogenaamde ‘oetsiekoetsie’ mama ben en niet al het geduld van de wereld heb. Ook bij hen kostte het me soms moeite me totaal over te geven aan de behoeften die zij hadden en het appél wat daarmee op mij werd gedaan. Toch waren er ook heel veel momenten dat dit me wel buitengewoon soepel afging. En dat waar de meeste ouders heel veel moeite mee hebben, dat gaat mij juist op heel natuurlijke wijze af: consequent zijn. Voor mij is het belangrijk daar goed naar te blijven luisteren. Ik heb regelmatig de tijd en de ruimte voor mezelf nodig, dat heb ik nodig om gezond te blijven en dat aan mijn kinderen te kunnen geven wat zij nodig hebben.

De eerste plaats delen

Daarnaast moest ik leren mijn met zorg verworven eerste plaats, te delen met mijn kinderen. Het was een hels karwei om dit te kunnen en nu moest ik deze felbegeerde plek delen! Dat bleek nog niet zo makkelijk. Hoe moest dat? Het lukte me niet om me over te geven aan eindeloze speelsessies en hutten bouwen. Bij iedere andere ouder kostte dit geen enkele moeite en was het een vanzelfsprekendheid. Iedere andere ouder genoot van dergelijke momenten met zijn kind(eren). Ik kon dat niet! Ik voelde me continu opgejaagd en overvraagd. Ik deed het wel, want quality time met je kinderen is het belangrijkste wat er is en ik wilde ook niets liever. Maar het ging niet vanzelf. Er waren momenten dat ik niet te genieten was na een middag vol vertier en activiteiten. Dan had ik écht tijd voor mezelf nodig. Als ik die dan nam en een van de meiden vroeg iets van me, dan was het geduld op en kon ik niet meer aardig doen.

Ik gooide het roer om

Dat moest anders! Dit verdienden mijn meiden niet. Maar, ik verdiende dit ook niet. Blijkbaar was die eigen ruimte voor mij, zo belangrijk voor me, dat ik er ieder jaar rond de zomervakantie letterlijk aan onderdoor ging. Dat was voor mij telkens het breekpunt. Verschillende keren had ik aan het randje van de afgrond gestaan en verloor ik mezelf dermate, dat ik het gewoon griezelig vond. Mijn humor, geduld, interesse, humeur en weerstand…alles wat mij definieerde, dat viel één voor één uit. Hier ging iets niet goed! Een bezoekje aan de huisarts gaf mij toen de doorslag dat ik iets moest veranderen. Ik stond aan de vooravond van overspannenheid of erger. Per direct besloot ik iedere maand een dag voor mezelf op te nemen. Die dag was helemaal voor mij en zou ik alleen dingen doen waar ik blij van werd. Daarnaast sprak ik af dat ik dingen/ ruimte/ tijd voor mezelf, voor de avond zou bewaren, als de meiden op bed lagen. Dat zouden mijn momenten worden en dat maakte het makkelijker voor mij om me volop met de kinderen bezig te houden en me over te geven aan het moment van de dag. Dat gaf echt lucht!

Ik vind steeds meer balans

Mijn meiden hebben tot dusver een onbezorgde jeugd en een mama die happy is. Eigenlijk is dat het enige wat ze nodig hebben. En ja, ze zullen zich later vast een ietwat ongeduldige of soms wat driftige moeder herinneren, maar dat is dan maar zo. Zo zal iedereen zijn mankementen hebben. Ze hebben het goed en ze groeien in een veilige omgeving op, dat kan me tot het diepste ontroeren en dat is het allermooiste geschenk wat ik hen, en mezelf, kan geven.

Ben jij ook een KOPP-kind/ volwassene?

Dit was mijn persoonlijke verhaal en dit is het belangrijkste aspect wat het voor mij betekent om een KOPP-kind te zijn. Inmiddels KOPP-volwassene. En al is het fijn dat de term ‘KOPP’ er is, bovenal ben ik vooral ‘Judith’ die de dochter is van een moeder met psychische kwetsbaarheden.
Voor ieder kind met een ouder die psychisch kwetsbaar is, pakt dit natuurlijk anders uit en ieder kind zal hier op zijn eigen manier de gevolgen van ondervinden. Maar voor ieder kind van een ouder met psychische problemen, geldt dat je het niet alleen hoeft te doen! Ook niet wanneer je de volwassen leeftijd allang bent gepasseerd. Aan KOPP-kind zijn zit geen leeftijdslimiet, een KOPP-kind wordt op een dag een KOPP-volwassene.

Ik kon heel lang geen hulp accepteren

Ik deed een hoop alleen en weigerde de handreiking om deel te nemen aan een zogeheten KOPP-groep. Alleen al van die term kreeg ik jeuk! Ik vond mezelf geen KOPP-kind, ik was Judith, waarvan haar moeder heel erg ziek was. We hadden beiden een naam en een geschiedenis, daar kon die term geen betekenis aan geven. Het alles alleen doen was eenvoudigweg onderdeel van mijn overlevingsmechanisme geworden: groot en sterk zijn. Op dat moment was ik gewoon (nog) niet in staat om hulp te accepteren. Echter had ik toen nog geen enkel benul van overlevingsmechanismes en handelde ik gewoon naar wat mijn gevoel en mijn reflexen mij ingaven.

Je hoeft het niet alleen te doen! Er is hulp!

Er is wel degelijk de mogelijkheid tot hulp en/ of tot een luisterend oor. Je hoeft je niet te schamen voor de omstandigheden waarin je verkeerde of nog steeds verkeert. Je hoeft je evenmin schuldig of verantwoordelijk te voelen, al is het enorm begrijpelijk dat je dit wel doet. Het is ook verre van gek dat je op volwassen leeftijd wellicht nog steeds hinder ondervindt aan gebeurtenissen uit je jeugd en dat je nog steeds de brokstukken uit je jeugd tegenkomt en aan het opruimen bent. Je bent niet de enige en je verdient om te worden gehoord!

Hier kun je terecht:

Voor kinderen zijn er KOPP-groepen, dit zijn gespreksgroepen voor kinderen van zowel de basisschool- als middelbare schoolleeftijd. Ook de kinderen van ouders met psychische problemen moeten niet vergeten worden en hebben aandacht en hulp nodig. In deze groepen is er de mogelijkheid om herkenning te vinden in lotgenoten. Je bent niet alleen en er is niets om je voor te schamen.
Loop je als volwassene ook nog vast door de gevolgen van het opgroeien met een ouder met psychische problemen? Schroom dan niet om ook aan de bel te trekken. Maak een afspraak met je huisarts en kijk samen wat de mogelijkheden zijn.

Je kunt ook een kijkje nemen op

www.blijvendanders.nl

Voor lotgenotencontact kun je terecht bij:

www.labyrintinperspectief.nl

Lees ook:

Wat ik zo moeilijk vind (aan mama zijn) – Koppverleden
Mijn eigen ruimte – Koppverleden
Ik ben er ook nog – Koppverleden
Boos zijn – Koppverleden
Schuldgevoel – Koppverleden
Mijn hardheid was mijn kwetsbaarheid – Koppverleden


Wil je op de hoogte blijven van nieuwe publicaties? Vergeet dan niet op de ‘Follow us’ button te klikken onder dit artikel!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *