tanisha – kopp – angst – depressie

Op de Praatstoel: Tanisha,
22 jaar
 De jongste uit een gezin van 3 kinderen
KOPP-kind en kampt
met depressieve gevoelens en angstklachten
@wareverhalen_tanisha


Tanisha en ik kwamen elkaar tegen op Instagram. Op haar account deelt ze dagelijks haar struggles over angstklachten en depressieve dagen. Ze praat en deelt graag over mentale gezondheid. Kijk, dat hebben we gemeen! Delen is helen en verbindt en al is dat soms intiem en daardoor erg kwetsbaar… de verbinding maakt dat het waard. Ze doet dit op ontwapende wijze, snijdt vaak herkenbare dingen aan en neemt je mee in haar weg naar herstel en acceptatie. Ze zet stappen waar ze onwijs trots op mag zijn! Ze deelt tips, trucs en mindset en creëert hiermee verbinding.

Toen zij slechts 3 maanden oud was, werd haar moeder depressief en zij is daar nooit helemaal van hersteld. Omdat de meeste aandacht uitging naar haar moeder vanwege haar mentale problemen, ontstond er emotionele verwaarlozing.

Ze werkt als verkoopmedewerker in een woonwinkel en ook daarover kom je regelmatig leuke, herkenbare en innemende stories tegen op haar Instagram account. Wat voor een ander dagelijkse kost is, kan voor Tanisha soms een enorme berg betekenen. Ze trotseert ze echter altijd met verve. Dat juist hele alledaagse dingen belemmeringen en blokkades kunnen veroorzaken, is een waardevol onderwerp die voor velen die met mentale uitdagingen (of een zogenoemd KOPP-verleden) hebben te kampen, herkenbaar zal zijn. Daarnaast is ze nog werkzaam als oproepkracht Dierverzorger, waar ze ook een diploma voor heeft.

Tanisha heeft zelf ook te maken gehad met depressie en ze heeft nog steeds weleens depressieve dagen. Ze heeft een burn-out gehad en een angststoornis waarvan de oorzaak waarschijnlijk terug te voeren is naar haar jeugd. Over dit en nog veel meer gaan we het hebben in deze editie van ‘’Op de Praatstoel’’.

Zit je er klaar voor? Off we go!

Wil je eerst eens kort vertellen wie je bent?

Natuurlijk! Ik ben Tanisha, 22 jaar oud en hoogsensitief. Ik ben geboren in Haarlem, maar woonde in IJmuiden. Vlak voor mijn 6e verjaardag zijn we verhuisd naar Bovenkarspel, een dorpje dat tegen Enkhuizen aan ligt. Hier heb ik de Havo afgerond en ben ik op mijn 16e in dienst gekomen bij de woonwinkel waar ik nu nog werk. Op mijn 18e ben ik begonnen met mijn opleiding Dier & Management, MBO4 en ben ik het huis uitgegaan. Ik woon nu al 4 jaar in het mooie Haarlem. Sinds kort ben ik ook werkzaam als dierverzorger bij kinderboerderijen in de gemeente. Ik heb een depressie en burn-out overleefd, maar ben nog dagelijks aan het strugglen met mijn mentale gezondheid. Dingen waar ik heel blij van word, zijn mijn hondje Bennie (ook al woont hij bij mijn ouders), zingen, creatief zijn en natuurlijk… praten over mentale gezondheid en stigma’s doorbreken!

”Als je bijvoorbeeld lichamelijk bent mishandeld dan begrijpt iedereen dat je iets ergs hebt meegemaakt. Echter als je emotioneel bent mishandeld of verwaarloosd, begrijpt men dat niet. Je ziet er niks van en dat maakt het zo’n lastig, ongrijpbaar iets.”

Tanisha


1. Wat doet het met je wanneer je opgroeit met een psychisch zieke moeder? Wil je hier iets meer over vertellen?

Op het moment dat ik nog aan het opgroeien was, had ik niet het idee dat er iets mis was. Ik was niet anders gewend. Ik merk het vooral nu ik volwassen ben. Ik heb zelf de nodige mentale klachten en omdat ik zo nieuwsgierig van aard ben, wil ik natuurlijk weten waar alles vandaan komt. Zo kwam ik uiteindelijk terecht bij mijn jeugd. Nog steeds vind ik het nog wel lastig te accepteren dat mijn jeugd een complex trauma is. Naar mijn idee waren het kleine dingetjes die net niet oké waren, maar als dat dan allemaal opstapelt, is er toch wel wat groters aan de hand.
Dat ik zo’n moeite heb met accepteren dat het een trauma is, komt omdat het echt niet allemaal slecht is geweest. Ons brein is zo geprogrammeerd om bedreiging te zoeken om zichzelf te kunnen beschermen, waardoor we vaak alleen de negatieve dingen onthouden. Daarbij hangt er
Er hangt nog een groot stigma aan emotionele schade. Als je bijvoorbeeld lichamelijk bent mishandeld, dan begrijpt iedereen dat je iets ergs hebt meegemaakt. Echter als je emotioneel bent mishandeld of verwaarloosd, begrijpt men dat niet. Je ziet er niks van en dat maakt het zo’n lastig, ongrijpbaar iets.

Mijn moeder is heel open over haar verleden en mentale klachten. Ze vertelde vroeger dan ook wel verhalen over haar leven en depressie en daar luisterde ik dan aandachtig naar. Ik vond haar verhalen altijd mega interessant, want ze had zoveel meegemaakt. Echt begrijpen wat ze voelde deed ik niet, ik was een kind, maar op een bepaalde manier voelde ik het wel aan. Ik begreep dat depressie iets ergs was, iets serieus en dat iemand met een depressie zich heel naar voelde. Ik denk niet dat het echt iets voor mij betekende toen, het was er en dat was mijn normaal.

4. Waaraan merkte je dat het niet goed ging met je moeder?

De depressie zorgde ervoor dat haar stemming wat wispelturig was, daardoor was ik altijd alert op verandering. Het was altijd maar afwachten hoe zij in haar vel zat. Of ik haar huilend op de bank zou aantreffen als ik thuis kwam van school. Of dat ze juist chagrijnig was. Hoe zij zich voelde, bepaalde voor mij de sfeer. Een sfeer die ik erg goed aanvoelde doordat ik hoogsensitief ben. Het grootste deel van de tijd was het oké, maar dat het elk moment kon omslaan zorgde ervoor dat ik er altijd op voorbereid was.

– Hoe ging je daarmee om?

Zodra ik oud genoeg was om te bevatten hoe mijn moeder was, liep ik eigenlijk altijd op eieren. Vooral niks aan mama vragen wanneer ze in een bepaalde bui was. En altijd erop voorbereid zijn dat ik mijn verhaal niet kon doen, of dat ze maar met een half oor naar me luisterde.

– Wat deed dat met jou? Toen en nu?

Als kind heb ik me vaak eenzaam gevoeld. Ik had behoeften die mijn ouders niet konden vervullen. Ik was als kind een echte knuffelaar, maar mijn moeder juist niet. Daardoor ben ik denk ik wel fysieke aandacht tekort gekomen. Daarnaast had ik veel sociale problemen op school. Ik werd sinds de verhuizing veel gepest en had nauwelijks échte vrienden. Mijn ouders hebben wel eens contact gehad met de school hierover, maar dat heeft nooit verandering teweeg gebracht. Als ik dan wederom overstuur thuis kwam omdat ik weer ruzie had met mijn vriendinnen, dan deed ik mijn verhaal aan mijn moeder. Op goede dagen luisterde ze naar me en probeerde me advies te geven. Echter vaak had ik niet het idee dat ze me hoorde. Ik begrijp het ook wel, ze zat vast in haar eigen hoofd.

Nu heb ik eigenlijk een hele goede band met mijn ouders. Ik denk dat dat komt omdat mijn moeder meer rust heeft nu alle kinderen het huis uit zijn. We zitten niet meer op elkaars lip en ik word niet meer beïnvloed door haar mentale staat van zijn. Ik heb nu mijn eigen leven en mijn mensen waar ik mijn ei bij kwijt kan, uiteraard bedoel ik daar ook mijn Instagram mee. Maar als ik dan met mijn moeder bel, zitten we al gauw een uur aan de telefoon. Ik weet dat ik haar altijd kan bellen. En voor iemand met sociale angst, die het mega eng vindt om iemand zomaar te bellen, is dat een heel fijn iets om te weten. Het helpt ook heel erg dat mijn ouders open-minded zijn en we kunnen praten over het verleden. Dat we nu goed gaan en dat ze er ook echt wel zijn geweest neemt natuurlijk niet weg dat ik nog steeds moet zien te dealen met alle negatievere gebeurtenissen van toen. Het maakt het trauma en mijn mentale klachten niet minder.

5. In tijden dat jouw moeder ziek was, is er toen ooit eens aan jou gevraagd hoe het met je ging en of je (professionele) hulp nodig had? Kon jij ergens terecht met vragen, angsten, verdriet of onzekerheden?

Nee, niet dat ik me kan herinneren. Mijn ouders hadden niet door dat er iets mis was, ikzelf ook niet. Ik was ook niet het enige kind in huis, dus hun aandacht moest al door drieën. Er was ook niet veel aan te merken op mijn schoolresultaten, ik heb altijd prima gepresteerd en dat maakt het dan ook lastig om mijn mentale staat ergens aan af te zien. Daarbij stopte ik op een gegeven moment met het delen van mijn diepere gevoelens, omdat ik wist dat die toch weggewuifd zouden worden. Als kind was ik heel open, vertelde ik alles wat me dwars zat. Juist dat zorgde ervoor dat mijn ouders mij minder serieus namen wanneer ik weer ergens mee zat. Dus daar ben ik toen, logischer wijs, mee gestopt. Ik werd toch niet gehoord, dus waarom zou ik nog iets zeggen? Ik heb wel eens mijn onzekerheden aan mensen verteld, ook aan mijn moeder en ik trok veel naar docenten toe. Maar de meeste mensen probeerden die onzekerheden dan te rationaliseren in plaats van mijn gevoel te valideren. Ik weet wel dat ik in groep 8, naar aanleiding van de uitslag van de cito toets, op Rots en Water training ben gezet. Dit om weerbaarder te worden. Ik herinner me weinig van de training en of het iets heeft gedaan durf ik niet te zeggen.

” Zoek de juiste personen, breek die toxische vriendschappen en houd vol.”

Tanisha


6. Als je terugkijkt op die tijd, wat zou je dan nodig hebben gehad? Wat zou je tegen jezelf zeggen?

Van mijn ouders denk ik liefde en aandacht. Een luisterend oor en geen oordelen over waar ik mee zat. In het algemeen iemand die mij hoorde, begreep en geen mes in mijn rug stak als ik even niet keek. Ik had in de 1e klas een mentor die mij probeerde te helpen wat meer aansluiting te vinden in de klas. De ideeën die zij daarvoor had waren super. Beetje jammer dat zij mij later veroordeelde en beschuldigde in een gesprek waarbij het 2 tegen 1 was. Daarna heeft zij, naar mijn herinnering, ook niks meer gedaan. Ik vind het lastig om te bedenken wat ik nu tegen mezelf zou zeggen. Ik heb nu zoveel meer kennis over het verleden en mezelf die ik toen niet had. Eigenlijk begreep ik toen helemaal niks van de wereld en mijzelf. Dus wat zou ik zeggen? Zoek de juiste personen, breek die toxische vriendschappen en houd vol.

Je vertelt dat je nu zoveel meer kennis hebt over het verleden en jezelf. Wij je daar iets meer over vertellen?

Ik kan nu terugkijken op mijn jeugd, wetende dat mijn thuissituatie niet gezond was. Ook weet ik dat mijn vriendengroep op de middelbare school toxisch was voor mij en waarschijnlijk ook voor hen. Ik weet dat wat ik mee heb gemaakt als geheel niet oké is. Dat zag ik toen allemaal niet in. Afgezien van het feit dat ik wist dat pesten niet oké is, zag ik nergens anders de zogenoemde ‘red flags’ in. Over mezelf weet ik nu dat ik hoogsensitief en eerder introvert ben. Vroeger was ik ervan overtuigd, en werd mij verteld, dat ik extravert was. Gevolg is dat ik mezelf dat aanpraatte en overal aan mee wilde doen omdat extraverte mensen dat ook deden, dus dan moest ik dat ook kunnen. Puntje bij paaltje had ik helemaal geen energie om mee te rennen met die prikkelzoekende luide meute. Nu weet ik dat en kan ik er rekening mee houden dat ik mezelf niet in overprikkelende situaties zet (mits dat mogelijk is).

7. Hoe was jouw schoolperiode?

Verschrikkelijk. Ik heb altijd een hekel gehad aan het schoolsysteem en sinds de verhuizing werd ik ook gepest. Op de basisschool had ik wel een paar vrienden, maar een hoop daarvan waren ook eerder ‘frenemies’. Vrienden wanneer het hen uitkwam en anders ook pesters. Ik werd vaak gepest met mijn naam. Zowel mijn voor- als achternaam werden vervormd tot iets raars. Ik ben vaak genoeg buitengesloten of vergeten. Er werd geroepen dat ik lelijk was en niet kon zingen. Dat hoeft iemand maar vaak genoeg te zeggen, tot je het gaat geloven. Mijn hobby’s werden belachelijk gemaakt, zo lachten mensen me weleens uit dat ik op scouting zat. “Padvinder” werd in mijn ogen een scheldwoord. Op de middelbare school werd het ook meer fysiek. Pennen, potloden, scharen en hele etuis vlogen door de klas, gericht op mijn vriendengroepje en mij. Ik ben een keer gesandwiched tussen tafels in de klas, terwijl de docent rustig verder ging met lesgeven. En ik ben eens opgewacht in de fietsenstalling. In mijn vriendengroepje was altijd ruzie en werd ook met regelmaat een mes in iemands rug gestoken, kortom geen gezonde relatie. Ik presteerde dan wel prima qua cijfers, maar ik vond lessen volgen vreselijk. Het enige vak waar ik naar uitkeek was Drama, de rest van te tijd zat ik met tegenzin in de klas. Ontzettend blij dat ik eindelijk mijn Havo-diploma in handen kreeg toen ik 16 was en niet meer terug hoefde naar de terror, die school genoemd wordt.

8. Wanneer kreeg jij voor het eerst zelf te maken met depressieve gevoelens en angstklachten?

Als ik nu terugkijk, denk ik dat ik in mijn jeugd al depressieve gevoelens had. Met name als tiener was ik al vaak eenzaam en somber, maar ik had geen idee wat het was of waar het door kwam. Er werd ook veel gezegd dat dergelijke gevoelens door de puberteit zouden komen.

Hetzelfde met angstklachten, ik heb het altijd al gehad, het was normaal voor mij. Ik vond het altijd eng om naar nieuwe sportclubs te gaan. Ook was/ben ik altijd bang voor de ouders van vrienden. Altijd bang dat ik verkeerd over zou komen of iets zou doen dat in hun ogen verkeerd zou zijn. Maar goed dat al mijn vrienden nu op zichzelf wonen! Ik ben ook altijd al een ontzettende hypochonder geweest. Bij het kleinste pijntje kreeg ik al paniek dat het iets ergs was. Mijn depressieve klachten werden erger toen ik het huis uit ging. Op dat moment gebeurde er veel in mijn leven. Ik was 3 maanden eerder begonnen met de opleiding, die heel anders was dan ik had verwacht. Ik was terecht gekomen op een tweede middelbare school en dat vond ik heel moeilijk om mee te dealen. Ook moest ik 2 uur reizen om op school te komen en dat brak me op. Vervolgens verhuisde ik naar Haarlem, een nieuwe stad waar ik minder mensen kende dan ik had gedacht. Het zelfstandig wonen ging me dan wel weer heel goed af. Ik was dus depressief, maar ik was zelf nog keihard aan het ontkennen dat ik depressief was. Ik had toch alles? Een opleiding, een dak boven mijn hoofd en eten op tafel.

– Hoe kwam je erachter dat het om depressie/ angst ging?

Drie jaar later, toen was ik 20, ontmoette ik een nieuwe vriendin en zij was de eerste die werkelijk naar mij luisterde, me hoorde en begreep. Zij heeft mij liefdevol gepusht om hulp te zoeken en dat is het moment geweest dat ik echt besefte dat ik al drie jaar depressief was. Ik wist het wel al eerder, maar wuifde het zelf steeds weg met belemmerende overtuigingen. ‘’Ik kon er wel mee omgaan’’, ‘’Zo erg was het niet’’, ‘’Ik heb geen recht op hulp’’. Daarbij ben ik nog altijd angstig voor alle soorten medische mensen: artsen, therapeuten, tandartsen etc.

– Herkende je dit meteen als zijnde depressie/ angst?

Ik voelde nog steeds weerstand tegen het label. Ook al wist ik wel dat het zo was, ik vergeleek mezelf te veel met anderen. Anderen hebben het veel erger, dus waarom ben ik dan depressief? Eigenlijk pas nadat ik uit de depressie kwam, durfde ik te zeggen dat het werkelijk een depressie was. Ik weet niet of mijn toenmalige psycholoog mij een diagnose heeft gegeven, maar at the end of the day, ben ik de enige die écht weet wat ik voel en doormaak.

– Triggers?

Verrassend genoeg heb ik nauwelijks triggers t.o.v. depressie, wat ook wel heel fijn is. Waar de depressieve gevoelens wel van aangewakkerd worden is een film, serie of boek waarin iemand heel depressief is. Echter hoef ik dit niet te vermijden, want ik kan er prima mee omgaan.

Qua angst zijn er op dit moment nog wat meer triggers, hopelijk zullen die minder worden. Ik vind het nog steeds eng om in de bus te stappen. Dan heb ik de angst om misselijk te worden en niet weg te kunnen. Het helpt daarin niet mee dat ik ook wagenziek ben. Verder vind ik het verschrikkelijk om naar nieuwe locaties te moeten gaan in mijn eentje. Ik ben altijd bang dat ik verdwaal, de ingang niet kan vinden o.i.d.. En afspreken met mensen die ik niet ken, je weet toch nooit wie je voor je krijgt. Ik hoop in ieder geval de angst voor de bus wel te kunnen oplossen, want dit is er niet altijd geweest.

”Ik ben van mening dat het niet uitmaakt welke therapie je volgt, als je geen klik hebt met je behandelaar, is de kans klein dat het je gaat helpen.”

Tanisha


9. Wat voor professionele hulp heb jij gehad en wat heeft je toen het meeste geholpen? Wat juist niet? Kwam de hulp op tijd?

Drie jaar heb ik met een depressie rondgelopen zonder te erkennen dat dit een depressie was. Dus ik zou zeggen: nee de hulp kwam niet op tijd. Toen heeft een nieuwe vriendin mij liefdevol gepusht om de huisarts te bellen, omdat zij zag dat mijn klachten er echt wel waren. Dit was in de zomer van 2020. Vervolgens ben ik bij de praktijkondersteuner terecht gekomen die mij in oktober heeft doorverwezen naar een psycholoog. Helaas hadden wij niet echt een klik. Ik ging daar altijd met angst en tegenzin heen en ging vaak weer met een rotgevoel weg. Ik heb bij haar gelopen tot februari 2021 en man, wat was ik blij dat ik daar weg was. Ik had niet het idee dat het me heeft geholpen. In mei 2021 kwam ik in de ziektewet met een burn-out en belandde ik weer bij de praktijkondersteuner. Zij opperde meteen al een doorverwijzing, omdat ik daar de eerste keer meteen een paniekaanval kreeg. Dit heb ik afgehouden tot november. Eerder voelde ik mij niet goed genoeg om extra energie kwijt te zijn aan een behandeling. Ik kon niet eens fatsoenlijk boodschappen doen, laat staan naar een psycholoog waar ik ontzettende spanning voor krijg. Sinds januari 2022 zit ik bij mijn huidige psycholoog en krijg ik cognitieve gedragstherapie. In eerste instantie voor sociale angst(gediagnosticeerd), maar ik had zelf het idee dat er meer achter zat dan dat. Nu zijn we aan het focussen op jeugdtrauma en ik denk dat we daarmee op het juiste spoor zitten. Of de therapie me gaat helpen moet ik nog achterkomen, maar ik heb goede hoop. Wat een groot verschil ten opzichte van de vorige psycholoog is dat ik met haar wel een klik voel. Ze luistert naar me en hoort me. En ook een grapje kan ervan af. Ik lig soms in een deuk van hoe droog zij dingen kan vertellen, heerlijk! Ik ben van mening dat het niet uitmaakt welke therapie je volgt, als je geen klik hebt met je behandelaar, is de kans klein dat het je gaat helpen. Die connectie is zo belangrijk en bepaalt of je je veilig voelt bij die persoon.

10. Zijn er dingen waar je tegenaan loopt of op vastloopt door je KOPP-verleden?/ Depressieve episodes/ Angst klachten?

– Kun je daar altijd op constructieve wijze mee omgaan? Zo niet, hoe doorbreek je dit dan?

Poeh, wat niet? Wat ik vooral lastig vind, is het onbegrip van veel mensen. Als ze niet zelf iets hebben meegemaakt, reageren ze vaak onbegripvol, uitzonderingen daargelaten. Het is ook lastig, want de dingen die ik heb meegemaakt en die ik nog steeds doormaak, zijn niet te zien. Hoe kan je iets begrijpen wat je niet kunt zien? Dat komt naar mijn idee vooral door de stigma’s en taboes die nog altijd bestaan. Daarom ben ik nu hier en ben ik aanwezig op Instagram, om deze onderwerpen bespreekbaar te maken. Ondertussen heb ik wel een beetje geleerd om mensen los te laten die niet eens proberen om mij te begrijpen, danwel te respecteren zoals ik ben. Als jij onbegripvol op mij reageert, dan ben jij niet mijn persoon. Dat is wel eens moeilijk, zeker als het om mensen gaat die al dichterbij mij staan. Wat ik zelf ook nog altijd lastig vind, zijn mijn eigen belemmerende overtuigingen. Gedachten als: ‘’Zo erg was het niet’’, ‘’Ik heb het recht niet om me zo te voele’’, ‘’Ik verdien geen hulp, want mijn klachten zijn niet zó erg’’. Daar vecht ik nog steeds dagelijks mee. Ondanks dat ik beter weet. Ik weet dat het wel zo erg was, ik weet dat mijn gevoelens er mogen zijn en dat het oké is om hulp te vragen. Dat probeer ik mezelf, en mijn volgers, dan ook te blijven vertellen.

11. Heb jij weleens verantwoordelijk gevoeld voor je moeder? Op welke manier?

In zekere zin. Ik cijferde mezelf weleens weg omdat mijn moeders gevoelens naar mijn idee al alle ruimte ‘op eiste’. Verder gelukkig niet. Ik weet dat mijn ouders erg hun best hebben gedaan om te zorgen dat haar psychische problemen ons niet beïnvloedden. Zo waren de basisbehoeften, kleding, een woning en eten op tafel, echt wel aanwezig. En zorgden ze er ook voor dat ze naar uitvoeringen of wedstrijden kwamen. Maar uiteindelijk woon je toch onder hetzelfde dak en merk je toch wel de spanningen. Ik moest bijvoorbeeld snel zelfstandig zijn, mijn eigen vodden kunnen redden. Wat in principe natuurlijk goed is, maar dit was wel noodgedwongen. Zo snel mogelijk mijn moeder kunnen ontlasten. 

12. Als je erop terug kijkt: wat vond je het meest pijnlijke, verdrietige of frustrerende? Geldt dit nu nog steeds?

Wat ik het meest lastig vind is dat ze me, naar mijn gevoel, nooit hebben gezien. Nooit hebben doorgehad hoeveel moeite ik zelf met het leven had. Dat mijn ouders ook eigenlijk niet zo goed wisten wat ze met mij aan moesten en niet konden omgaan met hoe ik was als kind. Ik was vaak eenzaam en heb op een punt zelfs getwijfeld of ik geadopteerd was. Zelfs terwijl er voldoende bewijs is dat, dat niet zo is. Dat is nu een stuk minder omdat ik het huis uit ben. Ook praat ik regelmatig met mijn moeder. Dat ik nu in therapie ben en een burn-out heb gehad, heeft denk ik wel geholpen in dat ze me nu zien.

13. Vind jij dat er genoeg aandacht/ hulp is voor familie en dichtbetrokkenen van mensen met psychische problemen?

Absoluut niet. Ik weet dat mijn moeder destijds niet de juiste/voldoende hulp heeft ontvangen omdat ze ‘een moeder was die er moest zijn voor haar gezin’. Hier heeft het hele gezin onder geleden. Als kind is het ook lastig aangeven, want ik had geen idee dat er wat mis was. Dit was alles wat ik kende, dus ik wist niet dat het ook anders kon. Dat het beter kon.

14. Wat raad jij mensen aan die hiermee te maken krijgen? Tips, adviezen, waar kunnen ze terecht?

”Zoek mensen die je vertrouwt en vertel hoe je, je voelt en wat er gaande is.”

Tanisha


Dat vind ik lastig, want ik heb zelf geen hulp gehad hierin. Als ik toch iets zeg, dan wil ik dit meegeven: Praat met mensen. Zoek mensen die je vertrouwt en vertel hoe je, je voelt en wat er gaande is. Als je het kind bent in het gezin, zoek een plek waar je terecht kan, waar je je veilig voelt. Bijvoorbeeld een familielid of een vriend. Praat met je docenten, de school kan je hoogstwaarschijnlijk wel iets bieden van mentale steun. Ben je zelf de ouder met psychische problemen? Zoek hulp en stop niet met zoeken tot je de juiste behandeling en tools hebt. Ik weet dat het heel veel energie vergt om een nieuwe behandelaar te zoeken, maar het kost nog meer energie om rond te blijven lopen met je klachten.

15. Hoe ben jij dit alles te boven gekomen? Wat heeft jou er doorheen gesleept?

Mijn voornaamste probleem jegens de GGZ is dat het allemaal diagnosegericht is. ‘’Heb je geen diagnose? Dan kunnen we je niet helpen’’. Als je ’milde’ klachten hebt en je daarmee dus niet kwalificeert voor een diagnose, word je weer naar huis gestuurd. Hiermee wordt in de hand gewerkt dat mensen denken dat ze geen hulp waard zijn. Vervolgens worden de klachten erger en zouden ze wel voldoen aan een diagnose, maar durven ze geen hulp meer te zoeken wegens de angst om wederom afgewezen te worden. Dat vind ik zo zonde.

16. Weet jij wat de rode draad is in jouw overlevingsmechanisme?

”Ik probeer juist uit te spreken wanneer het niet zo lekker gaat en ben aan het leren dat hulp vragen echt oké is.”

Tanisha


Wat ik weet is dat ik hyperzelfstandig ben. Liever zo onafhankelijk mogelijk en geen hulp willen vragen. Daarbij ben ik geneigd om mezelf te isoleren wanneer ik me slecht voel, in de veronderstelling dat niemand zin heeft om naar mijn ’gezeik’ te luisteren. Ik herken triggers vaak wel, maar ben nog aan het leren om daar goed mee om te gaan. Ik probeer juist uit te spreken wanneer het niet zo lekker gaat en ben aan het leren dat hulp vragen echt oké is.

18. Hoe is de band nu met je moeder? En met je vader?

De band met mijn ouders is nu beter dan vroeger. Het helpt dat ik nu volwassen ben en mijn eigen grenzen kan bewaken. Ik heb het idee dat er meer wederzijds respect is, ze zien me niet meer als klein kind, maar als volwaardig persoon. Klinkt dat logisch?

Ik heb regelmatig contact met mijn moeder. Als ik haar bel dan hangen we geregeld een uur aan de telefoon. Mijn vader spreek ik wat minder, maar ik weet dat wat ik mijn moeder vertel, ook bij mijn vader terecht komt.

– Hoe is dit voor jou?

Dat vind ik oké. Ik heb nooit echt veel te bespreken gehad met mijn vader en hij is zelf ook wat korter van stof. Misschien een mannending? Ik heb het vaak wel vervelend gevonden dat mijn ouders alles met elkaar bespreken, dat voelde dan als een inbreuk van mijn privacy. Maar nu vind ik het wel prima, dan hoef ik mijn verhaal niet nog eens te vertellen.

– Je broers/ zussen?

Ik heb voornamelijk een goede band met mijn zus. We zitten in eenzelfde vriendenkring, zijn samen vrijwilliger en zijn samen scoutingleiding. We zien elkaar met regelmaat en hebben elkaars huissleutel. Mijn broer spreek ik minder, maar heb ik een prima relatie mee. Ik weet dat hij er is en dat ik in principe altijd bij hem aan kan kloppen. Zo helpt hij mij nog weleens met technische dingen, zoals het aansluiten van een printer. Technologie is niet echt mijn ding haha.

19. Hoe kijk jij naar je toekomst?

Hoopvol. Ik heb hoop dat ik uit deze rollercoaster kan stappen, dat ik het verleden, het verleden kan laten zijn. En zo wat mentale klachten uit het raam kan gooien. Tuurlijk zullen mijn ervaringen altijd blijven en dat is oké, ik ben ze aan het leren accepteren. Daarnaast heb ik echt een passie voor praten over mentale gezondheid ontwikkeld. Ik wil in de toekomst graag mensen helpen doormiddel van mijn eigen ervaringen en opgedane levenslessen. Nog steeds heb ik wel angst voor wat de toekomst gaat brengen. Ook ben ik altijd bang dat ik financieel niet rond kan komen, ondanks dat ik dat probleem nog niet heb gehad.

”Opgroeien met een ouder met psychische problemen is niet niks.”

Tanisha


Dank je wel voor je eerlijke, kwetsbare en integere verhaal Tanisha!

Wat ben jij een dappere strijder. Zo knap hoe jij je angst inzet als graadmeter in plaats van slechte raadgever. Dat is niet altijd makkelijk, dat vergt moed. En ja, je hebt hier nog steeds je worstelingen in. Maar je gaat het niet uit de weg en je gunt jezelf een plekje in je eigen hart en in de wereld. Jij bent sterk door kwetsbaar te zijn en dat is iets wat niet iedereen kan en jij op een heel mooie wijze uit weet te dragen. Ik weet zeker dat je hiermee een enorme inspiratie voor anderen kunt zijn en daarmee ook een steun. Daar heb ik bewondering voor en dat is ook de reden dat ik jou graag volg. Lieve Tanisha, ga zo door en zet ‘m op! Je bent het waard!

Je kunt Tanisha hier volgen:

Instagram: @wareverhalen_tanisha

Wil jij ook Op De Praatstoel:

Stuur dan een mailtje naar mail@judith-it.nl

Zij gingen Tanisha voor Op De Praatstoel:

Esmée Branberger: Eigenaresse website4mama.nl
Rob Droog: Als je vrouw psychisch ziek wordt
Encaustic art met Christel
In de overgang met Nance
Familieopstellingen met Marlene
Sociale angst van dichtbij met Linda Huisman
Alles over een gezonde huid met SilkSkin by Silke
Als je moeder psychisch ziek wordt


Wil je op de hoogte blijven van nieuwe publicaties? Volg mij dan ook op Instagram: @judithevelien


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.